Prostaat.nl

Alles over de Prostaat

Prostaat.nl

Bijwerkingen en complicaties van prostaatkankerbehandelingen

Alle behandelingsvormen van prostaatkanker hebben potentiële bijwerkingen of kunnen complicaties geven.

Bij hormonale behandeling met LHRH depotinjecties zijn libidoverlies, erectiestoornissen, vermoeidheid, minder beharing en/of zachtere (baard)haargroei en zwelling van de borsten met eventueel ook pijnlijke tepels, bekende bijwerkingen. Vooral na monotherapie met Casodex is dit laatste beschreven; dit kan meestal voorkómen worden door de borstklieren tevoren eenmalig te bestralen.

Bij radicale prostatectomie is er tijdens de ingreep kans op een bloeding en direct na de ingreep kans dat de nieuwe verbinding tussen plasbuis en blaasuitgang niet waterdicht is en urine lekt. Met het langer laten zitten van de catheter wordt dit bijna altijd opgelost. In een latere fase kan de nieuwe plasbuis-blaasverbinding verlittekenen en gaan vernauwen, waarvoor een operatieve behandeling nodig is. Een erectiestoornis na deze ingreep komt regelmatig voor omdat niet altijd een zenuwsparende behandeling kan worden uitgevoerd. Er is een grote variatie in het vóórkomen hiervan, tussen 30 en 100%.

Urineverlies

Urineverlies kort na de ingreep komt vaak voor maar verdwijnt in de loop van de maanden, al dan niet met ondersteuning van bekkenbodemspieroefeningen. Toch heeft tussen de 1 en 10% last van een blijvende vorm van urineverlies 1 jaar na de ingreep. In deze situaties kan naast het gebruik van verband, injecties in het operatiegebied overwogen worden om de doorgang van urine te bemoeilijken.

De resultaten van deze behandeling zijn maar zeer matig te noemen. Er wordt de laatste jaren vaker een bandje geplaatst onder de plasbuis door, wat aangetrokken wordt achter het schaambeen, te vergelijken met een operatie die bij vrouwen wordt gedaan. De kans op droog zijn is aanzienlijk, maar tegelijkertijd moeten vele mannen zich dan zelf-catheteriseren om hun urine kwijt te kunnen raken (4 tot 6 maal per dag, afhankelijk van de blaasinhoud).

Kort na brachytherapie kan er een bloeduitstorting zijn in het perineum (het gebied van de huid tussen balzak en anus). Dit verdwijnt vanzelf. De eerste maanden na deze behandeling is er vaak een frequent aandranggevoel en kan er wat bloedverlies zijn, onder andere ook uit de darm. In principe gaat dit vanzelf over. Slechts zelden is een catheter in de blaas nodig om voldoende urine kwijt te raken.

TURP

Wanneer het toch moeilijk is voldoende goed te plassen, wordt er een TURP gedaan. Deze ingreep vindt niet binnen 6 maanden na de brachytherapie plaats. Na brachytherapie komt urineverlies zeer zelden voor. Het ligt dan niet aan beschadiging van het afsluitmechanisme, maar aan aandranggevoel door irritatie van de blaas(bodem); dit heet urge-incontinentie. Een erectiestoornis kan ontstaan tot circa 60% van de patiënten. Over het algemeen wordt gesteld dat de kans op een erectiestoornis na brachytherapie kleiner is dan na een radicale prostatectomie.

Ook bij HIFU en cryochirurgie is er een kans op latere complicaties. Een erectiestoornis lijkt bij HIFU wat minder te zijn dan na cryochirurgie (ongeveer 4%). Urine-incontinentie komt bij deze behandelingen in ongeveer 1% voor.

N.B. Bij de definitieve keuze van behandeling moet de kans op een definitief gunstig resultaat (genezen van de prostaatkanker) afgewogen worden tegen de potentiële bijwerkingen. Dat is een moeilijke afweging omdat ook uw uroloog dat niet precies kan bepalen of voorzien.

Behandeling van bijwerkingen zoals erectiestoornis

ams-sphincter-prothese300

AMS Sphincter Prothese

Bij een erectiestoornis zijn er pillen voorhanden en injecties in één van de zwellichamen in de penis. De resultaten zijn wisselend en tevoren niet goed te voorspellen. Zie ook informatie die op Erectiestoornis.nl staat.

Bij ongewild urineverlies na behandeling wordt in eerste instantie verbandmiddelen geadviseerd. Bekkenbodemfysiotherapie kan verbetering brengen. Bij blijvend urineverlies kan de zogenaamde slingoperatie zinvol zijn.

Bij ernstige vormen van urineverlies kan het inbrengen van een AMS sfincter prothese overwogen worden. Hierbij wordt een zogenaamde cuff rond de plasbuis aangebracht in het gebied van de bekkenbodem ter plaatse van de sluitspier. Deze cuff kan gevuld worden met vloeistof en als een soort kunststofring de plasbuis dichtdrukken. Deze cuff staat via een in het scrotum ingebracht ventiel in verbinding met een reservoir wat onder de onderbuiksspieren is ingebracht. Door op een knopje van het ventiel te knijpen gaat er een vloeistofstroom lopen van het reservoir naar de cuff, zodat de cuff gevuld wordt, de plasbuis dicht gedrukt wordt en de patiënt droog is. Bij behoefte aan blaaslediging kan hetzelfde in omgekeerde richting plaatsvinden.