|
Prostaatkanker - interviewWetenschappers over vroegtijdige hormoontherapieInterview met prof. dr. J. Schalken, hoofd laboratorium experimentele urologie bij het Universitair Medisch Centrum St. Radboud (UMCN) afgenomen voor www.prostaat.nl op 17 november 2003 Klik hier om dit interview uit te printen
We zijn het er als urologen op dit moment over eens dat de vroege behandeling met hormonen een licht voordeel biedt. Dat blijkt ook als je kijkt naar recente hoog kwalitatieve studies, maar er staat een prijs tegenover vanwege de neveneffecten. Veel voorkomende klachten zijn borstvorming, opzwelling van het gebied rondom de tepels gevoelige borsten, botontkalking. De patiënt ervaart die bijwerkingen natuurlijk als vervelend. Ik raad daarom aan dat patiënt en uroloog de behandelingsmethodes goed doorspreken om op individuele basis te bekijken waar de patiënt het meeste of het minst voor voelt. De Europese organisatie van urologen heeft gesteld dat de hormoontherapie voordelen zou bieden in alle gevallen van prostaatkanker, dus ook na operatieve verwijdering, na bestraling en tijdens het zogenaamde ‘waakzaam wachten’. Zij hebben dat inderdaad gesteld, maar er blijft evengoed verdeeldheid over. Kijk, er ís klinisch wetenschappelijk bewijs dat de vroegtijdige hormoontherapie een voordeel heeft, maar het is een lícht voordeel. Of het ook leidt tot een langer leven wordt op dit moment nog onderzocht, we weten dat nog niet honderd procent zeker. Zodra de patiënt de hormoonbehandeling krijgt, krijgt hij ook de bijwerkingen en anders dan voor de wetenschap, kijkt de patiënt niet alleen naar de lengte, maar ook naar de kwaliteit van zijn leven. Daar ligt dus een afweging. Wat is nu eigenlijk ‘waakzaam wachten’? Het klinkt nogal angstig, stel je gaat wachten en dan is het ineens uitgezaaid. Nee zo gaat dat in Nederland niet. Als de uroloog bewijs heeft van prostaatkanker dan wordt er direct ingegrepen en dat betekent: operatief verwijderen en/of bestralen. Dat bewijs kunnen we leveren aan de hand van een paar stukjes weefsel: een biopt. Bij een biopsie prikt de uroloog via de anus een paar keer in de prostaat om een biopt af te nemen. Dat gaat naar het laboratorium voor onderzoek en daaruit volgt dan de diagnose prostaatkanker, of niet. Het enige geval waarin er niet meteen wordt overgegaan tot verwijdering van de tumor, is als de patiënt in een dermate slechte conditie verkeert, dat de operatie op zich al levensbedreigend zou zijn. Wat betekent ‘waakzaam wachten’ dan wel? Als bij de verwijderingsoperatie blijkt dat er ook tumorgroei was buíten het kapsel van de prostaat, dan weten we zeker dat de ziekte een keer zal terugkomen. Alleen, we weten niet wanneer. Op dat moment gaat de uroloog overwegen: bied ik nu meteen hormonen aan - met alle neveneffecten - óf ga ik de patiënt regelmatig onderzoeken en kijken we wanneer de kanker terugkomt. Het komt ook wel voor dat patiënten in de tussentijd overlijden aan iets anders. Kiezen patiënt en uroloog voor ‘waakzaam wachten’ dan krijgt de patiënt na de operatie een controleschema waarbij de uroloog hem eens in de 3 à 6 maanden ziet. De uroloog controleert bij ieder bezoek het bloed en kijkt daarbij met grote aandacht naar het PSA-gehalte. Het PSA (prostaat specifiek antigeen) is een eiwit dat elke prostaat aanmaakt. In de gezonde situatie verlaat het PSA de prostaat alleen via de penis met de zaadcellen mee bij het klaarkomen, maar bij een aangetaste prostaat lekt het PSA als het ware uit de prostaat in het lichaam en komt zo in de bloedbaan terecht. Op die manier krijgt de uroloog uit het bloedonderzoek bij de patiënt een beeld van de conditie van diens prostaat. Bij het eerste onderzoek is de PSA-waarde in het bloed bijvoorbeeld 0,2 en bij het volgende 0,4 of 0,6. Het is niet zo dat je ineens van 0 naar 20 gaat, zo hard gaat het niet. Door middel van het bloedonderzoek kan de uroloog de prostaat nauwlettend in de gaten houden, hij volgt hem als het ware op de voet. Daarbij is het PSA-gehalte een aanwijzing voor prostaatkanker en geen bewijs. Bij een PSA van 2 à 2,5 gaat de uroloog de patiënt opnieuw een biopt aanbieden. Blijkt daaruit dat de kanker terug is, dan moeten patiënt en uroloog weer een nieuwe afweging maken tussen de verschillende behandelingsmogelijkheden. Maarssen/Nijmegen, d.d. 17 november 2003 Gesponsorde links:
|
Alle MediStart websites
|



