Vaststellen van prostaatkanker
De uroloog zal het rectaal onderzoek van de huisarts herhalen. Via de anus kan hij de prostaat voelen. Bij prostaatkanker is de prostaat verhard en soms iets vergroot.
Alleen onderzoek van de cellen van de prostaat kan aantonen of het daadwerkelijk om kanker gaat. De uroloog brengt een lange, dunne naald via de anus in de prostaat. Hiermee neemt hij een stukje weefsel weg (biopsie). Hij doet dit op geleide van echografie. Echografie is geluidsgolf-onderzoek waarbij het binnenste en de omgrenzing van de prostaat op een beeldscherm zichtbaar gemaakt kan worden.
Om een infectie te voorkomen krijgt u vóór de biopsie een antibioticum. Na de biopsie kunt u tijdelijk wat bloed verliezen bij het plassen en bij de ontlasting en kan het zaad roodgekleurd zijn. Soms kan de koorts oplopen tot boven de 38,5 graden C. U moet dan met uw uroloog contact opnemen.
Om een goed beeld te krijgen van de tumor en de uitgebreidheid ervan, kunnen meerdere onderzoeken worden gedaan, welke onderstaand zullen worden beschreven.
1 Echografie van de urinewegen
Bij het maken van een echografie van de urinewegen beweegt de specialist een geluidskop (een klein apparaat dat geluidsgolven uitzendt en weer opvangt) over uw onderbuik en lendenen. Op uw huid brengt hij een gelei aan om de weerkaatste geluidsgolven (echo) goed te kunnen opvangen. Zo kunnen de nieren en de urineleiders (nierafvoerbuizen) zichtbaar gemaakt worden op een beeldscherm. Een eventuele stuwing in de nieren is nu te zien.
Een echografisch onderzoek is niet pijnlijk. Meestal duurt dit onderzoek ongeveer een halfuur. Als voorbereiding op dit onderzoek moet u zorgen voor een volle blaas. Drink enkele uren vóór het onderzoek een liter vocht (thee, water, vruchtensap). U mag dan voor het onderzoek natuurlijk niet meer naar het toilet.
2 Inwendige echografie
Ook bij inwendig echografisch onderzoek wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. De uroloog schuift een geluidskop in de anus tot bij de prostaat. De weerkaatsing van de geluidsgolven (echo) wordt op een beeldscherm weergegeven. Dit geeft informatie over de grootte en de uitgebreidheid van de tumor. Tevens kunnen tijdens het onderzoek enkele biopten (een heel klein stukje weefsel) worden genomen van afwijkende gebieden in de prostaat. Het onderzoek is over het algemeen niet pijnlijk en duurt een halfuur. Wanneer er biopten worden genomen krijgt u antibiotica die tevoren worden ingenomen.
3 Isotopenscan
Een isotopenscan is een foto van het skelet waarop eventuele uitzaaiingen in de botten zichtbaar zijn. U krijgt een zwak-radioactieve stof (isotoop) via een bloedvat in uw arm ingespoten. Deze stof gaat op de plaats van de uitzaaiingen zitten. Na enkele uren komt de vloeistof in de botten terecht en worden er foto's gemaakt met een speciale camera. De gebruikte hoeveelheid radioactieve straling is erg klein en onschadelijk voor uzelf en mensen in uw omgeving.
4 Bloedonderzoek
In sommige gevallen zijn bepaalde stoffen in verhoogde mate in het bloed aanwezig. Met name PSA en alkalische fosfatase. PSA betekent Prostaat Specifiek Antigeen. Alkalische fosfatase is een stof die vaak verhoogd is bij botuitzaaiingen. Het zijn allebei tumormerkstoffen en geven een aanwijzing over het al dan niet aanwezig zijn van een prostaattumor en eventuele uitzaaiingen. Klik hier voor meer over PSA.
5 Urineonderzoek
Door nieuwe moleculaire technieken zijn er allerlei stoffen in de urine te ontdekken. Een onderzoeksgroep in Nijmegen heeft een methode ontwikkeld om het zgn. PCA3-gen, dat bij prostaatkanker in verhoogde mate in de urine aanwezig is, te meten. Nadat tijdens rectaal toucher enkele malen over de prostaat is gestreken komen tumorcellen in de urine en kan het niveau van het PCA3 bepaald worden in de hierna uitgeplaste urine.
De PCA3 test kan de kans op het hebben van prostaatkanker aangeven. Hiermee kunnen onnodige prostaatbiopten worden voorkomen. Mogelijk dat de combinatie van de PCA3 test met de bepaling van andere genen de resultaten nog kan verbeteren. Dit wordt onderzocht binnen een Europees project "P-mark" (www.p-mark.org).
6 CT scan
Wanneer het PSA verhoogd is (boven de 15) wordt vaak een CT scan van de buik gedaan. Hierbij word je door een ring geschoven en vanuit die ring worden tergelijkertijd diverse röntgenfoto's gemaakt die door de computer als "plakjes" worden samengevoegd. Op die manier zijn de inwendige organen en ook de lymfklieren in beeld te brengen.Een CT scan laat pas een vergrote lymfeklier zien wanneer de diameter minstens 1 cm is. Om meer zekerheid te hebben over het al dan niet aanwezig zijn van uitzaaiingen in de lymfklieren, kunnen deze klieren die tegen de bekkenwand aan de linker en rechter zijde gelegen zijn, operatief verwijderd worden. Dat kan met een "open" operatie of via de laparoscoop (kijkoperatie).
7 MRI en MRSI
MRI (Magnetic Resonance Imaging) is gebaseerd op de magnetische eigenschappen van waterstofkernen in het lichaam. Wanneer waterstofkernen gericht worden in een sterk magnetisch veld en vervolgens blootgesteld worden aan hoogfrequente radiogolven, geven zij energie af van verschillend niveau, afhankelijk van de moleculaire samenstelling van het weefsel. Een computer zet het MRI signaal om in een beeld door middel van een grijsschaal die overeen komt met de intensiteit van het signaal. Het voordeel is dat er geen ioniserende straling gebruikt wordt en het beeld in drie vlakken gereconstrueerd kan worden. Naast CT scan van de prostaat wordt nu steeds vaker een MRI gemaakt.
MRI kan in combinatie met MRSI (Magnetic Resonance Spectroscopic Imaging) nog meer informatie geven. Met name kan de uitgebreidheid van de gelocaliseerde tumor nauwkeuriger worden vastgesteld en is er de mogelijkheid om toename van de tumor, door herhaling van het onderzoek, vast te stellen. Het biedt ook de potentiële mogelijkheid om na behandeling bij een stijgend PSA te zoeken naar afwijkende gebieden.
Bij MRSI worden de concentraties van zgn. metabolieten in de prostaatcellen gemeten. Het betreffen citraat, creatine en choline. Normale prostaatcellen bevatten veel citraat en prostaatkankercellen veel choline en vaak minder citraat. Door de verhouding tussen deze stoffen te bepalen (de toegenomen choline-naar-citraat ratio) is in principe een afwijkend gebied te ontdekken.
De mogelijkheden van MRSI worden op dit moment in diverse onderzoeken verder uitgezocht.

MRI opnamen van de prostaat in twee richtingen (boven) en MRI spectroscopie (onder)
8 PET scan
Met een PET scan(positronemissietomografie) zijn er mogelijkheden om, nauwkeuriger dan een CT scan of MRI, uitzaaiingen in lymphklieren aan te tonen. Hierbij worden radiofarmaca zoals met koolstof 11 gemerkt choline en acetaat gebruikt. Lymphklieruitzaaiingen met een diameter van minimaal 5 mm kunnen betrouwbaar worden aangetoond. Deze methode van onderzoek is met name ook van belang om bij een stijging van de PSA na bestraling, de plaats van de recidief tumor vast te stellen.
Bij PET wordt gebruik gemaakt van radioactieve isotopen die positronen uitstralen, dit in tegenstelling tot de radioactieve isotopen (zoals bij een botscan) die primair gammastraling uitzenden.
De waarde van deze techniek bij stijging van de PSA na een radicale prostatectomie is nog niet duidelijk. Het blijkt lastig te zijn om met deze techniek onderscheid te maken tussen recidief tumorgroei na operatie en littekenweefsel wat door de operatie is ontstaan.
De potentiële mogelijkheden van de PET scan voor diagnostiek vóór en na behandeling zijn onderwerp van studie en zullen zeker in de toekomst de nodige bijdragen kunnen gaan leveren.