Prostaat.nl

Alles over de Prostaat

Prostaat.nl

PSA: Prostaat Specifiek Antigeen

PSA-structuurHet Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) is een eiwit dat normaal in geringe mate in het bloed aanwezig is. Het wordt gevormd in het klierweefsel van de prostaat, zowel in een gezonde als in een zieke prostaat. Het is waarschijnlijk een maat voor activiteit van bepaalde delen van het prostaatweefsel, maar het is nog niet duidelijk waardoor de verschillende PSA-waarden worden veroorzaakt. Wel is duidelijk dat bij het ouder worden het PSA-gehalte in het bloed kan stijgen zonder dat er afwijkingen aan de prostaat worden gevonden (zie tabel). PSA is momenteel de belangrijkste stof in het bloed om prostaatkanker vast te stellen.

Leeftijd PSA
40-49 >2.5 ng/ml
50-59 >3.5 ng/ml
60-69 >4.5 ng/ml
>69 >6.5 ng/ml

Sinds de ontdekking in 1971 wordt de PSA-test steeds vaker gebruikt en dit heeft geleid tot een forse toename van het aantal vroeg ontdekte prostaatkankers. Hierdoor kan een aanzienlijk aantal patiënten nog genezen worden en zij zullen dus niet sterven aan prostaatkanker. Aan de andere kant zouden niet al deze prostaatkankers uiteindelijk tot klachten of overlijden hebben geleid en is er als gevolg van een PSA-bepaling ook een zeker risico op overbehandeling. Dit betekent dat patiënten behandeld worden voor een tumor met alle bijwerkingen vandien, zonder dat ze er ooit klachten van hadden gekregen. Aan het testen van het PSA zijn een dus aantal voor- en nadelen verbonden, zie ook tabel. Het is daarom goed om de voor- en nadelen met uw huisarts te bespreken voordat u een besluit neemt over het al dan niet laten testen van uw PSA.

Verhoogd PSA kan veroorzaakt worden door prostaatkanker, maar ook door bijvoorbeeld prostaatvergroting of prostaatontsteking. Als een verhoogd PSA wordt gevonden, is dus vervolgonderzoek bij de uroloog nodig voor meer duidelijkheid. Er worden dan meestal biopten genomen: met een naald worden stukjes prostaat weggehaald en onderzocht. Ook dit geeft nog geen volledige zekerheid, de naald kan naast de kanker geprikt zijn. Pas wanneer in de biopten kankercellen worden aangetroffen, is prostaatkanker met zekerheid vastgesteld.

Stijgend PSA bij biopten zonder kanker

Het komt regelmatig voor dat bij biopten bij mannen met een verhoogd PSA geen prostaatkanker wordt gevonden. Vaak blijft het PSA daarna te hoog of gaat zelfs verder stijgen. Dat is vaak reden om alsnog een MRI van de prostaat te verrichten om meer zekerheid te krijgen over de aan- of afwezigheid van prostaatkanker. Als de MRI-scan een voor prostaatkanker verdachte afwijking laat zien, kan de uroloog hier gericht een biopt van nemen. Als de MRI geen afwijkingen laat zien en het PSA stijgt bij controle toch verder door, kan dat reden zijn om toch weer biopten te herhalen.

Voor- en nadelen van een PSA-test

Voordelen PSA test

  • Als de uitslag van de test normaal is, is dat een geruststelling.
  • De PSA test kan prostaatkanker helpen opsporen, voordat u misschien klachten krijgt.
  • Als prostaatkanker wordt gevonden, kunt u zelf beslissen of u deze laat behandelen of niet.
  • Als uw behandeling in een vroeg stadium succesvol is, krijgt u later geen (klachten van) uitzaaiingen.
  • Uw kans om aan deze ziekte te overlijden daalt met ongeveer 20%, van 6 op de 1000 naar 5 op de 1000.

Nadelen PSA test

  • Bij een normale uitslag is er een hele kleine kans dat u toch prostaatkanker heeft.
  • Als het PSA verhoogd is, wordt regelmatig geen prostaatkanker gevonden. Dan heeft u voor niets onprettig vervolgonderzoek ondergaan en heeft u zich onnodig ongerust gemaakt. De onrust kan soms blijvend zijn.
  • Als er prostaatkanker wordt gevonden, dan is de kans groot dat u daar nooit last van gaat krijgen. In dat geval moet u onnodig leven met het idee een kankerpatiënt te zijn. Het is dan soms moeilijk om nee te zeggen tegen mogelijke behandelingen.
  • De behandeling van prostaatkanker kan allerlei bijwerkingen hebben, zoals erectieproblemen, plasklachten en darmproblemen.
  • Als prostaatkanker, na testen, vroeg wordt ontdekt, levert dit niet altijd langere levensduur op, terwijl het wel de kwaliteit van leven kan verlagen.

PSA waarden na behandeling

Na een radicale prostatectomie moet de PSA na ongeveer 3 maanden naar < 0,1 ng/ml dalen, omdat de patiënt geen prostaat (die het PSA aanmaakt) meer heeft. Indien dit niet het geval is of indien na enige tijd de PSA weer boven de 0,1 ng/ml stijgt, is er eigenlijk bijna altijd sprake van teruggekeerde (biochemisch recidief) of achtergebleven tumor. Als de PSA tweemaal >0.1 is, dan is er sprake van zo’n biochemisch recidief.

Het beloop van het PSA na radiotherapie is wat ingewikkelder. Na radiotherapie is er vaak sprake van een zgn. “PSA-bounce”, een stijging van de PSA die pas daarna tot een definitieve lage waarde daalt. Het moment van deze PSA-bounce is ongeveer een of anderhalf jaar na de bestraling. We spreken van een biochemisch recidief na radiotherapie bij elke PSA-stijging van + 2 ng/ml boven het nadir. Het nadir is de laagste PSA-waarde na behandeling.

De belangrijkste vraag bij een PSA-stijging na plaatselijke behandeling, zoals een radicale prostatectomie of bestraling, is de vraag of er op de plek zelf opnieuw tumor groeit of dat er uitzaaiingen op een ander plek in het lichaam zijn (link naar recidief tumor).

Recidief prostaatkanker

Als er tekenen zijn van opnieuw tumorgroei na een eerdere behandeling voor prostaatkanker spreken we van een recidief. Als de verdenking enkel en alleen bestaat op grond van het PSA spreken we van een biochemisch recidief.

Een recidief betekent dus dat de prostaatkanker is teruggekeerd nadat er een tijdlang geen tekenen zijn geweest van activiteit van de tumor na een eerdere behandeling. De belangrijkste vraag bij tekenen van teruggekeerde kanker is of dit op de plek van de prostaat zelf is (lokaal recidief) of elders in het lichaam (uitzaaiingen). Dit onderscheid is vaak moeilijk te maken en vaak wordt daarbij gekeken naar de hoogte van het PSA (laag: meer kans op lokaal recidief; hoog: meer kans op uitzaaiingen) en de snelheid van stijgen van het PSA, de PSA-verdubbelingstijd (laag: meer kans op lokaal recidief; hoog: meer kans op uitzaaiingen). Soms kunnen beeldvormende technieken ook helpen om de bron van de PSA-stijging te achterhalen.

Bij een lokaal recidief zijn er soms nog mogelijkheden om behandelingen op de plek waar de prostaat zit of heeft gezeten toe te passen. Zo kan bijvoorbeeld na een radicale prostatectomie het ‘prostaatbed’ nog bestraald worden en na radiotherapie of brachytherapy kan in sommige gevallen de prostaat alsnog verwijderd worden of behandeld worden met bijvoorbeeld bevriezing (Cryochirurgie) of andere celdodende therapieën.

Als er sprake is van uitzaaiingen elders in het lichaam is genezing meestal niet meer mogelijk en wordt vaak gestart met bijvoorbeeld hormoontherapie.