Prostaat.nl

Alles over de Prostaat

Prostaat.nl

Wout Scheepens

Mijn buurman krijgt een heel andere behandeling; hoe kan dat?

Interview met Wout Scheepens, uroloog in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven

Wout Scheepens doet zelf niet meer de prostaatoperaties maar houdt zich op prostaatgebied vooral bezig met diagnostiek en behandelingen. Radicale prostatectomie is maar één stap in het gehele behandeltraject. Mensen komen meestal niet binnen met prostaatkanker maar met klachten of een verhoogd PSA.

Voor de diagnose doorloopt iedereen ongeveer dezelfde route: anamnese afnemen, PSA bepalen, rectaal toucher, echografie met eventueel biopten. Ook zijn er tegenwoordig veel ziekenhuizen waar er met behulp van de MRI gerichter biopten kunnen worden genomen. Mogelijk dat dit een nauwkeurigere diagnose oplevert. Dit is bij een eerste screening niet altijd meteen nodig.

Over een landelijke screening zegt Scheepens: ‘Er wordt nu lukraak gescreend doordat mannen ongerust naar hun huisarts gaan. Het is nog niet duidelijk of, en eventueel hoe zinvol screening is in Nederland. Daarover is al jaren een heel grote Europese studie in Rotterdam gaande. Het is afwachten wat er uit die data komt, en wat de overheid er vervolgens mee gaat doen.’

De aanleiding van dit interview is onder andere dat veel patiënten van andere patiënten horen dat hun behandeling erg verschilt van die van hen. Dit wekt vaak verwarring en soms ook ontevredenheid. In dit interview legt Wout Scheepens uit hoe deze verschillen in behandeling ontstaan. Scheepens: ‘De diagnose en het stadium van de prostaatkanker zijn bepalend voor de behandeling.’

Afwacht-mogelijkheden

Bij gelokaliseerde (niet uitgezaaide) prostaatkanker, met 1 of 2 afwijkingen in de biopten met een Gleasonscore van 6, is Active Surveillance (ook wel Actief Afwachten genoemd) een goede optie. Bij mannen vanaf 70 jaar, kan dit ook bij een Gleasonscore van 7 (3+4).

Bij Active Surveillance is de intentie dat bij progressie een behandeling wordt gestart. Dit in tegenstelling tot Watchful Waiting, dat meestal wordt ingezet bij oudere patiënten waarbij de levensverwachting kleiner is dan 10 jaar en waarbij de patiënt waarschijnlijk niet aan, maar mét de ziekte zal overlijden.

Behandelmogelijkheden

Bij de curatieve behandelingen hangt veel af van in welke risicogroep je zit. Dit bepaalt onder andere of je hormoontherapie krijgt bij eventuele bestralingen. Inwendige (brachytherapie) of uitwendige bestraling hangt weer af van de grootte van de prostaat. Brachytherapie kan maar tot een prostaatvolume van 50 à 60 cc, ook zijn er mogelijkheden voor prostaatverkleining door middel van medicatie, zodat een behandeling eventueel toch kan worden aangeboden.

De behandelkeuze wordt bepaald tussen de patiënt en de uroloog. Het bijwerkingenprofiel is daarbij van groot belang. Patiënten hebben zelf dus veel in te brengen in de behandelkeuze. Informatie is hierbij natuurlijk van cruciaal belang.
De meeste ziekenhuizen hebben ook keuzewijzers; die werken net zoals de stemwijzers. Op basis van de zaken die de patiënt belangrijk vindt, komt er een ‘beste keuze’ uit. Ook deze keuzewijzer kan helpen om mensen inzicht te geven in de voor- en nadelen van een behandeling. Deze keuzewijzer is niet openbaar maar als je patiënt bent, kan je daarom vragen of je krijgt deze al aangeboden.

Herstelvermogen is ook een factor bij het maken van keuzes. Bij jongere patiënten wordt eerder geneigd naar een operatie en bij ouderen wat meer naar bestralen.

Factoren bij behandelkeuze

Samenvattend zijn de factoren waar de behandelkeuze van afhangt:

  • TNM-classificatie (dit is de grootte en mate van uitgezaaidheid van de tumor, T1a,1b, 1c, etc. tot T4). Dit wordt met behulp van lichamelijk en aanvullend onderzoek ingeschat.
  • De mate van agressiviteit van de tumor. Deze wordt uitgedrukt in de Gleasonscore of ISUP-score (ISUP is de nieuwe onderverdeling van de Gleasonscore)
  • PSA-waarde
  • Prostaatvolume
  • Mate van (plas)klachten
  • Leeftijd en levensverwachting
  • Comorbiditeit (voorgeschiedenis van patiënt en andere bijkomende ziekten/aandoeningen)
  • Voorkeur van de patiënt

Er zijn meerdere behandelingen mogelijk. Wout Scheepens noemt het daarom ‘een luxeprobleem’. Bij sommige andere tumoren is er slechts 1 behandeling en dat is het. Die keuzemogelijkheid kan een voordeel zijn maar ook lastig. Je moet goed nagaan wat bij je past. Het kan hierdoor dus heel goed zijn dat de buurman, die ook prostaatkanker heeft, een heel andere behandeling krijgt.

Als arts vindt Wout Scheepens dan ook dit begeleiden van de patiënt, om samen tot de beste keuze te komen, het allerbelangrijkste. Dit vindt hij ook het meest interessante aan zijn werk. ‘Dat heet tegenwoordig shared decision making.’, een verandering in rol als arts, in plaats van aan de patiënt vertellen wat hij/zij moet doen, probeer je samen met de patiënt tot een zo goed mogelijk advies te komen wat voor die specifieke patiënt geldt.’