Prostaat.nl

Alles over de Prostaat

Prostaat.nl

Uroloog Dr. Sedelaar

Nieuwe ontwikkelingen bij de behandeling van vergevorderd prostaatkanker

8 februari 2016

Interview met Dr J.P.M. Sedelaar, uroloog, verbonden aan het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen.

Dr Sedelaar is gespecialiseerd in urologische oncologie. Hij heeft zijn opleiding grotendeels in Nijmegen gedaan, maar hij is ook anderhalf jaar in Amerika opgeleid aan het Johns Hopkins Instituut in Baltimore. Daar heeft hij een research Fellowship gedaan en samengewerkt met Dr. John Isaacs, een bekend prostaatkanker-onderzoeker. Het betrof twee onderzoeken: onderzoek naar een methode om prostaatkanker heel nauwkeurig op te sporen en te behandelen en een tweede onderzoek naar prostaatkanker waarbij hormoonbehandeling niet meer helpt.

Sinds eind negentiger jaren worden patiënten met uitgezaaid prostaatkanker behandeld met een synthetisch hormoon dat de produktie van testosteron vrijwel stillegt. Het gaat dan om de zogenaamde LHRH-agonisten. Deze produkten veroorzaken eerst een toename van het testosteron en daarna een daling naar vrijwel nul. Sinds enige tijd is er echter een LHRH-antagonist verkrijgbaar. Wij vroegen Dr Sedelaar om wat meer te vertellen over deze ontwikkeling.

Dr Sedelaar, heeft de patient last van deze initiële toename van de productie van testosteron?
Dat zou de patiënt zeker hebben, maar we geven er de eerste weken van de behandeling altijd een geneesmiddel bij, dat deze bijwerkingen tegengaat. Het betreft hier de zogenaamde anti-androgenen, samen met het LHRH-hormoon noemt men dat gecombineerde androgeen onderdrukking.

Er is sinds twee jaar ook een LHRH-antagonist verkrijgbaar die onmiddellijk de productie van testosteron doet stoppen. Wanneer heb je de één nodig en wanneer de ander?
Als je begint met een agonist, dan ga je het lichaam stimuleren om heel veel LHRH te produceren. Dat leidt er weer toe dat je heel veel testosteron maakt, maar slechts voor een korte periode en dan is het uitgeput. Het testosteron zakt vervolgens weer naar beneden. Daarom geven we dit geneesmiddel gedurende de eerste twee á drie weken in combinatie met een ander medicijn, dat de werking van testosteron blokkeert. De antagonist die direct het LHRH blokkeert, veroorzaakt binnen een dag al een daling van het testosteron. Daar hoeft geen extra medicatie bij gegeven te worden. Het is eigenlijk een nieuwe manier van werken.

Wat heeft de patiënt aan deze aanpak?
Patiënten die binnenkomen met een vergevorderd stadium van prostaatkanker met klachten van bijvoorbeeld pijn in de botten, op het moment dat je die patiënten op zo’n middel zet, dan zijn ze al binnen één of twee dagen in een veel betere klinische situatie, met veel minder pijn. Als je die patiënt nou de LHRH-agonist had gegeven, dan kan het best zijn dat de pijn eerst nog sterk was toegenomen. Deze patiënt vind ik op het ogenblik het meest geschikt voor de behandeling met een antagonist.

Geeft deze nieuwe behandeling nog overlevingswinst t.o.v. de ‘oude’?
Dat moeten we gaan bekijken. Mannen met prostaatkanker hebben de ziekte vaak jaren. Om in een studie overlevingswinst te kunnen laten zien moet je deze patiënten dus meerdere jaren volgen. Deze behandeling is pas sinds 2009 beschikbaar dus dat weten we nog niet.

Denkt u dat wij het nog mee gaan maken dat prostaatkanker een chronische ziekte wordt?
Ik sluit het niet uit, maar dan praat je over de middelen die nu nog in ontwikkeling zijn. Ik denk dat er binnen 10 jaar grote sprongen gemaakt gaan worden met betrekking tot de behandeling van prostaatkanker. Er zijn op dit moment in de research nog veel vragen. Eén daarvan is waarom kankercellen zich op verschillende manieren ontwikkelen.

Gelocaliseerd prostaatkanker is tegenwoordig heel goed te behandelen door middel van bestralen of opereren. De uitdaging voor de wetenschap zijn de patiënten die hormoonresistente prostaatkanker hebben. Die kunnen we tegenwoordig wel levensverlengend behandelen met nieuwere therapieën, maar we kunnen ze niet meer redden.

Wat we eigenlijk ook nog niet weten is waaraan prostaatkanker patiënten nou precies overlijden. Het is bijvoorbeeld niet zo dat de nieren het opgeven of de lever. De patiënt takelt af en overlijdt, maar waaraan weten we niet precies. Prostaatkanker is voor de patiënt vaak onwezenlijk, want hij voelt zich meestal niet ziek, maar hij heeft ‘opeens’ de diagnose van een hele nare aandoening. En als er dan ook nog uitzaaiingen zijn, dan is het nog vreemder, want de patiënt voelt niets, merkt niets, is voor zijn idee kerngezond. Totdat er na verloop van tijd klachten ontstaan natuurlijk.

Dus toch maar iedereen screenen op PSA?
Er is aangetoond door professor Schröder dat je door screening levens kunt redden, maar daar staat tegenover dat je heel veel mannen moet gaan behandelen voor prostaatkanker, met alle nare bijwerkingen van dien, om vervolgens één leven te redden. Het probleem van PSA-screening is overdetectie: je vindt heel veel mannen met prostaatkankercellen die er nooit van hun leven last van zouden hebben gekregen.

Is de PCA-3 test een goede aanvulling op het stellen van de juiste diagnose?
We gebruiken de PCA-3 test met name bij patiënten die voor een second opinion komen en die al meerdere biopten hebben gehad die negatief waren. Dan kun je bij een negatieve uitslag van de PCA-3 test volstaan met het in de gaten houden van de patiënt. Bij een positieve uitslag kun je beter nog een keer een biopt nemen.

Conclusie
Prostaatkanker is de meest voorkomende kankersoort bij mannen. De afgelopen 10 jaar is er veel verbeterd in de behandeling en ontdekking van prostaatkanker. Dankzij de nieuwe behandelmethoden neemt de overlevingsduur toe en dankzij de verbeterde opsporingsmethoden wordt prostaatkanker vroeger ontdekt waardoor vaker genezende behandeling mogelijk is.

Nijmegen, september 2011

Nieuwsbrief Prostaat.nl

Blijf op de hoogte van het laatste Prostaatnieuws.

Google Analytics cookies uitschakelen.